Burgemeester Grauss opent expositie Heerlijk aan de Oude Rijn in Evertshuis

Op zaterdag 27 juni opent burgemeester Grauss de expositie Heerlijk aan de Oude Rijn in het Evertshuis in Bodegraven. Daarna is er een optreden van de bekende Nederlandse folkgroep Voddemoer met liederen uit Gouden Eeuw en Pruikentijd.

De expositie duurt tot 10 augustus en gaat over boerderijen, burchten en buitenplaatsen langs de Oude Rijn, waarbij er ook aandacht is voor buitenplaatsen als Paardenburgh, Groot Rhodus en Knodsenburg.

De expositie heeft al in diverse biblitoheken gestaan, o.a. Utrecht, Alphen aan den Rijn, Leiden en Oegstgeest, en gaat nog naar Woerden en Leiderdorp.

Tweehonderd buitenplaatsen aan de Oude Rijn

Buitenplaatsen langs de Vecht en de Amstel zijn bekend, maar ook langs de Oude Rijn hebben ze gestaan. En niet weinig ook, het waren er meer dan tweehonderd. Die stonden vooral tussen Utrecht en Harmelen, rondom Alphen en in en om Leiden.

Het waren vooral rijke burgers die zich vanaf de 17e eeuw een huis buiten de stad konden veroorloven. In de zomermaanden ontvluchtten zij de volle en warme binnensteden om in de gezonde buitenlucht te vertoeven. Soms was hun buiten niet meer dan een grote tuin met een klein optrekje, soms ook alleen een herenkamer in een boerderij, maar steeds vaker werden het grote en deftige huizen. De rijksten omringden zich daar met grote luxe. Een sier- en groentetuin hoorde daar zeker bij, maar ook een rijke en deftige inrichting verhoogde de status van de eigenaar. Wie het helemaal compleet wilde maken, bouwde een oranjerie voor exotische gewassen, of legde een dierentuin aan. Er ontstond zo een bloeiende buitenplaatsencultuur.

Trekschuit

Nadat de Oude en de Leidse Rijn als trekvaart waren ingericht, konden nog meer gegoede stedelingen zich een huis op het platteland veroorloven. Met de trekschuit waren ze relatief snel van de stad bij hun buitenplaats en weer terug.

In de loop van de 18e eeuw kwam de klad in het bezit van een dergelijk duur zomerhuis en de Franse Tijd (1795-1813) was bijna de genadeklap voor de buitenplaatsen. In de 19e eeuw was er nog een kleine opleving. Met name rijke industriëlen konden zich een dergelijk groot huis veroorloven. Vaker echter werden de buitenplaatsen afgebroken of omgevormd tot boerenbedrijven of fabrieken. En wat bleef staan, was in de 20e eeuw te groot of te duur in onderhoud en ging alsnog ten onder. Van alle buitenplaatsen langs de Rijn is maar een handjevol behouden. Maar wie goed kijkt, kan nog wel restanten zien en vaak méér dan je op het eerste gezicht zou denken….

Meer inf. in :

Jan van Es en Bernt Feis, Heren van de Oude Rijn, boerderijen, burchten en buitenplaatsen, Woerden 2025.

__________________________________________________________________________________

@ Voor meer inf.: Bernt Feis, levenderfgoed@ziggo.nl; 06-83007562